Het is niet leuk om over dood en doodgaan te praten. Toch krijgt u als eigenaar van een huisdier er vroeg of laat mee te maken. Uw huisdier kan overlijden of misschien moet u hem wel (na goed overleg met uw dierenarts) laten inslapen in verband met ouderdom, een ongeval of ziekte.
Hoe kunt u zien of uw huisdier pijn heeft en/of lijdt?
Vaak denken mensen dat als dieren niet piepen of janken, ze geen pijn hebben. Dit is niet juist! Bij veel dieren openbaart pijn zich vaak heel anders.
Honden kunnen bijvoorbeeld hun pijn uiten door veel te hijgen of door hun interesse in de omgeving en in uitgaan te verliezen. Of juist door heftige onrust, niet willen eten of drinken en niet of moeilijk opstaan of liggen.
Katten zijn eerder geneigd zich terug te trekken en stiller te worden. Konijnen, cavia's en hamsters kunnen zelfs zonder te piepen doorlopen met een gebroken poot. Als ze erg ziek zijn, eten ze niet meer en zitten ze stil in een hoekje.
Vogels gedragen zich slaperig en zitten 'bol' (ze zetten al hun veren op).
Het is goed om te bedenken dat wat bij mensen pijn veroorzaakt, dit bij dieren ook doet. Al zal, net als bij de mens, het ene dier daar meer last van hebben dan het andere en dus eerder pijn aangeven.
Eigenlijk komt het er op neer dat uw dier zich anders gedraagt dan u van hem gewend bent.
Hoe ziet u of uw dier overleden is?
Een dier is overleden als het zelf niet meer beweegt (ook niet bij aanraken of prikkelen), als het niet meer ademt en als geen hartslag of pols meer te voelen is. Om de hartslag te voelen, kunt u het beste een paar vingers op de linker of rechter borstwand leggen, net achter de voorpoot.
Verder kunt u ook aan het ontbreken van de ooglidreflex zien dat uw huisdier overleden is. Bij het aanraken van het ooglid of de oogbol, beweegt het ooglid niet meer.
Overigens; een dier dat overleden is heeft wijde pupillen, maar een dier met wijde pupillen hoeft niet perse dood te zijn. Bij een overleden dier blijven de ogen meestal open.
Lijden
Een dier lijdt als het niet meer op een dierwaardige manier kan leven, als het niet meer kan gaan en staan waar het wil, geen interesse meer heeft voor de eigenaar, andere dieren of de omgeving, maar ook als het dier zich niet meer bewust is van afwijkend gedrag en bijvoorbeeld in zijn eigen uitwerpselen blijft liggen.
In feite verstaan we onder een dierwaardig leven dat:
- Het dier niet bovenmatig en langdurig lichamelijk en/of geestelijk lijdt.
- Het dier zelf het initiatief neemt om te bewegen, te eten en contact te hebben met de eigenaar, andere dieren en omgeving.
- Het dier kan rekenen op goede huisvesting, voeding en verzorging.
Extra verzorging van een ziek of lijdend dier kan veel verlichting geven. Het dier laten drinken, voeren, regelmatig verschonen, masseren enzovoorts, kan het leven op een redelijke manier verlengen of een moeilijke periode overbruggen. Het blijft belangrijk om uzelf regelmatig af te vragen of het leven voor uw huisdier nog prettig is.
Soms kan het oordeel van een kennis of deskundige u met de realiteit confronteren.
Het komt echter ook voor dat anderen (die vaak niet bekend zijn met de situatie) erg hard oordelen: 'Laat hem toch afmaken!' Realiseert u zich in elk geval dat het uw huisdier is en als u het dier naar eer en geweten zo goed mogelijk verzorgt, dat u dan bepaalt wat u voor of met uw dier wilt doen.
Hulp van uw dierenarts
Ook al bent u van mening dat uw dier lijdt, het blijft moeilijk om het moment vast te stellen waarop u vervolgens het leven van het dier laat beëindigen. Bij die beslissing kan uw dierenarts u helpen door alle argumenten voor en tegen euthanasie met u te bespreken. Ga er hierbij vanuit dat dierenartsen proberen het leven van uw huisdier te verlengen, mits dit een dierwaardig leven is.
Dierenartsen willen niet kost wat het kost een dier in leven houden. Maar ze laten het ook niet zomaar inslapen als een eigenaar besluit dat het dier thuis niet meer te handhaven is. Het belangrijkste is dat de eigenaar en dierenarts respect hebben voor elkaars mening en ervaring. Op basis daarvan kunt u de beste keuze maken voor uw dier.
Als de vooruitzichten van het dier niet helemaal duidelijk zijn, kan nader onderzoek helderheid verschaffen over de te nemen beslissing (bijvoorbeeld bloed- of röntgenonderzoek).
Let wel: u als eigenaar bepaalt wanneer uw dierenarts ingrijpt. U kent uw huisdier het beste. De dierenarts krijgt slechts een momentopname van het dier te zien en het kan natuurlijk best zo zijn dat het zich op dat moment net anders gedraagt dan thuis.
Hoe ziet u of uw dier dood gaat?
Het is eigenlijk niet aan te geven waaraan u kunt zien of uw dier aan het doodgaan is. Ook kan niemand u voorspellen hoe lang uw huisdier (nog) zal leven. Veel eigenaren hopen dat als het einde van een huisdier nadert, het dier inslaapt en dat ze het 's morgens dood in de mand, hok of kooi zullen vinden. Een natuurlijke dood op deze wijze komt echter niet vaak voor.
Een natuurlijke dood
Een dier mag uit zichzelf doodgaan. Daar bedoelden we mee: het mag een natuurlijke dood sterven, zonder dat iemand ingrijpt. Het ligt echter wel aan de omstandigheden of dat zomaar kan. Zie het zo: een dier mag een natuurlijke dood sterven als dit op een dierwaardige manier mogelijk is.
Euthanasie
De toestand van uw huisdier kan zodanig veranderen, dat het dier zich niet meer kan handhaven of dat het ernstig lijdt. Deze omstandigheden zijn voor ieder dier verschillend.
Bijvoorbeeld: de ene eigenaar heeft de mogelijkheid om zijn hond, die moeilijk kan lopen, even in de tuin uit te laten. De andere eigenaar woont in een flat en kan een grote hond niet even optillen en buiten op het gras zetten. Deze laatste eigenaar zal waarschijnlijk eerder aan de dierenarts vragen of deze wil ingrijpen.
Wat gebeurt er als u besluit tot euthanasie?
Als u heeft besloten uw huisdier te laten inslapen maakt u hiervoor een afspraak met uw dierenarts. Dit kan op de praktijk zelf, maar sommige mensen kiezen liever voor een euthanasie thuis. Dit kan altijd besproken worden.
De dierenarts geeft uw dier eerst een kalmeringsprikje om het rustig en wat onverschillig te maken. Dit duurt ongeveer 5 tot 10 minuten, afhankelijk van het dier. Als het dier rustig is, krijgt het een injectie in de bloedbaan met een overdosering van een narcosemiddel. Vrijwel meteen na deze injectie stopt de ademhaling en even later ook het hart. Het dier is dan overleden. Dat gebeurt zonder opwinding. Soms geeft het dier na de injectie nog een enkele zucht of is een spiertrilling zichtbaar.
De meeste dierenartsen raden u aan bij het inslapen van het dier aanwezig te zijn. U kunt uw huisdier vasthouden en ervaren dat het inslapen zonder angst of pijn verloopt. Uw dier zal meestal ook rustiger zijn als u erbij bent. Voor kinderen kan het doodgaan van hun dier soms minder bedreigend zijn als ook zij erbij aanwezig zijn. Ze moeten dit natuurlijk wel zelf willen. U kunt hen het beste van te voren goed uitleggen wat er allemaal gaat gebeuren. Vertel ze dat u ook erg verdrietig zult zijn en misschien ook wel moet huilen. Ze hoeven zich niet groter te houden dan ze zijn.
Niet vergeten
Als uw huisdier is overleden, is het verstandig hiervan een aantal mensen en instanties op de hoogte te brengen.
- De (eigen) dierenarts (als deze het nog niet weet).
- De gemeente (in verband met de hondenbelasting). U kunt een overlijdensverklaring van de dierenarts krijgen.
- De databank waar uw dier staat geregistreerd (als uw dier voorzien is van een chip).
- De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied (bij honden met een stamboom).
- Het kattenstamboek.
- De fokker of de rasvereniging.
- De dierenverzekering (als het dier verzekerd was).
- De trimsalon, diervoeding leverancier en hondensportvereniging.
Een nieuw huisdier
Het verlies van een huisdier geeft een opvallende leegte in huis. Reageer niet overhaast met het invullen van die leegte. Neem rustig de tijd om na te denken of u een nieuw huisdier wilt en zo ja, wat voor dier het beste bij u past. Denk er altijd aan dat een nieuw dier in principe voor langere tijd bij u zal blijven.
Oudere mensen vinden hun eigen leeftijd soms een argument om maar niet meer aan een huisdier te beginnen. Een huisdier geeft natuurlijk verplichtingen zoals voeding, verzorging, en uitlaten, maar aan de andere kant geven huisdieren ook erg veel afleiding. Zij vragen om aandacht en helpen bij het onderhouden van de nodige sociale contacten. Daarom kan de komst van een huisdier juist bij deze groep mensen heel positief uitpakken. Bekijk wel van te voren of een huisdier eventueel mee mag naar een bejaardentehuis. Denk ook eens aan de mogelijkheid om met familieleden af te spreken dat zij de verzorging van het dier overnemen, als u dit niet meer kunt opbrengen.