Openingstijden
Minimaliseren

Maandag t/m vrijdag
08:30 - 18:00 uur

Telefonisch is de praktijk van maandag tot vrijdag bereikbaar van 8.30-18.00

DAP Soestdijkerstraatweg
Soestdijkerstraatweg 13
1213 VP Hilversum
T: 035-6217620
F: 035-6400182

Telefonisch bereikbaar van 8:30 - 17:00 uur

     
Algemeen
Minimaliseren

Epilepsie

Epilepsie komt voor bij mensen, honden en katten, maar ook bij veel andere diersoorten (onder andere paarden en papegaaien) kan het voorkomen. Als u voor het eerst wordt geconfronteerd met een epileptische aanval, ook wel een toeval genoemd, bij uw huisdier, dan zult u dat vast een eng gezicht vinden. We zullen u wat achtergrond informatie geven.

Wat is epilepsie

Je spreekt van epilepsie als een bepaald soort aanval met regelmatige tussenpozen optreedt. Aanvallen kunnen variëren in sterkte, tijdsduur en in vorm (bijvoorbeeld heel veel schokken of juist alleen maar verstijven).
 

Hoe komt zo'n aanval tot stand?

Tussen hersencellen en cellen van de rest van het zenuwstelsel lopen elektrische signalen. Bij een aanval is er een kortdurend, te sterk werkend, elektrisch signaal dat niet wordt afgeremd door andere cellen. Wat er gebeurt heeft wel iets weg van een crash van de computer: het lijkt alsof veel informatie gewist wordt. Alles werkt anders dan u zou verwachten. Dat is ook aan het dier te zien. Het heeft zijn eigen bewegingen niet meer onder controle en vertoont daardoor abnormaal gedrag. Dit abnormale gedrag kan van alles zijn. Soms speelt de 'kortsluiting' zich slechts in een klein deel van de hersenen af. Van buiten ziet u dan dat de patiënt met de onderkaak klappert, met één of meer poten trekt, wat spastisch is of denkbeeldige dingen najaagt (bijvoorbeeld vliegen uit de lucht happen of achter zijn eigen staart aanrennen).
Als de 'stroomstoring' zich door de hele hersenen verspreidt, spreken we van een complete, 'klassieke' aanval. Hierbij treden krampen op, kwijlt het dier erg en laat het bijvoorbeeld urine en ontlasting lopen. Vaak is er, in deze situatie, ook sprake van bewustzijnsverlies.

Oorzaken van epilepsie

Het optreden van een te sterk, elektrisch signaal kan verschillende oorzaken hebben. De oorzaak kan liggen in de hersenen zelf, maar ook daar buiten. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een stofwisselingsprobleem. Door een leverfunctiestoring kunnen stoffen in het bloed blijven rondstromen die de hersenfunctie beïnvloeden. Hierdoor kunnen aanvallen ontstaan. Zuurstoftekort in de hersenen kan ook een oorzaak zijn, evenals een laag bloedsuikergehalte, onder andere door afwijkingen in de alvleesklier. Wanneer er zo'n duidelijke oorzaak voor de aanvallen wordt gevonden, spreken we van een secundaire epilepsie. Bij secundaire epilepsie is er vaak een verband tussen het moment waarop een aanval ontstaat en voeding, inspanning of opwinding. Meestal zie je dat er ook ziekteverschijnselen zijn tussen de aanvallen in: afwijkend gedrag, meer gaan drinken, vermageren, minder uithoudingsvermogen hebben of slomer worden. Bij behandeling van deze vorm van epilepsie is vooral de genezing van het achterliggende probleem in het lichaam van groot belang.
 
Bij een deel van de patiënten is echter geen aanwijsbare oorzaak voor het ontstaan van een aanval te vinden. We spreken dan van primaire epilepsie. De aanvallen treden meestal op in rust; vaak ziet u de eerste aanval in de vroege ochtend. De aanvallen duren gemiddeld zo'n 1 tot 5 minuten, zelden langer. Tussen de aanvallen gedraagt het dier zich helemaal normaal.
De leeftijd van honden met primaire epilepsie ligt tussen de ½ en 5 jaar. Bij katten weten we minder goed waar deze 'grenzen' liggen.
 

Hoe verloopt een epileptische aanval

Het optreden van een aanval kan altijd op dezelfde manier herhalend patroon verlopen, maar kan ook heel wisselend zijn. Een aanval verloopt in 3 stappen:
  1. De voortekenen.
  2. De aanval zelf.
  3. De periode na de aanval.
Hieronder beschrijven we deze 3 stappen uitgebreider.

Voortekenen

Soms is aan het dier een korte aanloopperiode te zien. Het gedraagt zich dan anders dan normaal: onrustig, aanhankelijk, kwijlt, hijgt en/of heeft een andere blik in de ogen. Deze periode kan enkele seconden tot dagen duren.

De aanval zelf

De echte aanval bestaat bijna altijd uit een moment van bewustzijnsverlies. Vaak valt het dier om; door de verkramping van alle spieren verstijft het hele lichaam. Vervolgens kunnen krampaanvallen optreden waarbij het dier een soort fietsbewegingen maakt. Het dier kan urine of ontlasting laten lopen en heftig kwijlen of schuimbekken. Na enkele minuten komt het bewustzijn weer terug. Die paar minuten lijken alleen wel veel langer te duren als u een aanval bij uw dier meemaakt.
 
Tijdens een aanval heeft het dier géén pijn. Wel kan het waanbeelden hebben wat zich onder andere uit in janken. Dit heeft niets te maken met pijn. Probeer te voorkomen dat een dier zich kan bezeren tijdens een aanval door bijvoorbeeld van de bank of de trap te vallen.
 
Probeer zelf ook kalm te blijven en laat het dier met rust. Houd de spierkrampen niet tegen, ook niet die van zijn bek; het dier kan u per ongeluk bijten. Dieren waarmee een sterke band bestaat kunnen soms heel positief reageren op de stem van de eigenaar. Aaien kan in die gevallen rustgevend werken, maar dit zal per patiënt bekeken moeten worden. Als het dier aan het einde van de aanval 'bijkomt', kan een aanraking soms leiden tot een heftige, wat agressief lijkende reactie. Dit komt doordat het dier weliswaar weer bij kennis is, maar er nog niet helemaal 'bij' is en schrikt van de aanraking.

De periode na de aanval

De meeste dieren zijn na een aanval een tijdje van slag. Hun hersenen werken nog niet optimaal, ze lopen wat onzeker, kunnen soms niet alles even goed zien en reageren wat vertraagd. Soms zijn ze erg dorstig of hongerig. Een deel van de patiënten gaat vervolgens slapen, erg moe door de aanval. Ze kunnen wat spierpijn en zelfs hoofdpijn hebben. Een groter deel wordt juist heel onrustig. Deze dieren ijsberen door het huis en zijn niet rustig te krijgen. Slechts heel langzaam ebt dit beeld weg. De fase na de aanval kan heel kort zijn (seconden of minuten), maar kan ook enkele dagen tot soms weken duren. Dit hangt af van de duur en de ernst van de aanvallen die in een bepaalde periode optreden.

Wanneer waarschuwt u de dierenarts?

Een aanval van epilepsie is in de regel niet levensbedreigend. Beschouw bij een eerste aanval, die vaak mild verloopt, een periode van 2 tot 3 minuten als 'normaal'. Duurt de aanval langer, waarschuw dan een dierenarts. Treden de aanvallen snel na elkaar op (status epilepticus) of duurt een aanval langer dan u van de epilepsie patiënt gewend bent, dan is er sprake van een spoedgeval. In deze gevallen kan bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur te hoog oplopen door de heftige spierbewegingen of krijgen de hersenen te weinig zuurstof. Een enkele keer stopt de 'kortsluiting' in de hersenen niet spontaan en is het noodzakelijk deze met inspuitbare medicijnen alsnog te bereiken. De dierenarts moet dan snel ingrijpen. Eigenaren kunnen van hun dierenarts middelen meekrijgen die via de anus ingebracht worden. Bij een deel van de spoedgevallen kan dit ervoor zorgen dat de aanvallen stoppen.

Het onderzoek na een epileptische aanval

Na een uitgebreid vraaggesprek over het gedrag en de gezondheid van uw huisdier, zal de dierenarts een lichamelijk onderzoek instellen. Daarnaast zal vaak een bloed en urinemonster worden afgenomen. Het doel van het onderzoek is het zoveel mogelijk uitsluiten van lichamelijke oorzaken voor de aanvallen. Vaak worden er geen afwijkingen gevonden en is er sprake van primaire epilepsie. Een onderzoek om echt aan te tonen dat het om primaire epilepsie gaat, bestaat overigens nog niet.
 
Het is belangrijk om de aanvallen in een soort dagboek bij te houden. Noteert u datum en tijdstip, de ernst en het verloop van de aanval, eventueel aangevuld met bijzondere omstandigheden voor de aanval. Daarnaast kunt u alle verdere bijzonderheden opschrijven: opgemerkte gedragsveranderingen, reactie op omgevingsprikkels zoals heftige geluiden, veranderingen in eet en drinkgedrag, uithoudingsvermogen etc.
Dit dagboek kan uw dierenarts verder helpen bij verloop van de epilepsie en het resultaat van de behandelingen. 
 

Behandeling van primaire epilepsie

Na een eerste epilepsie aanval wordt in veel gevallen niet direct een behandeling ingesteld. Een enkele keer blijft het namelijk maar bij één aanval en is behandeling dus niet nodig. Als er vaker aanvallen optreden wordt een behandeling gestart. Hierbij wordt gekeken naar een middel dat voor uw dier het meest geschikt is.
Uw dagboek vervult ook hierin weer een belangrijke rol. Samen met uw dierenarts kunt u regelmatig kijken naar mogelijke bijwerkingen (bijvoorbeeld erg sloom worden) en het effect van de medicijnen (aanvallen minder ernstig, minder vaak voorkomen). Aan de hand hiervan wordt voor uw dier bepaald of het gekozen middel en/of de dosering moet worden aangepast. Ieder dier reageert weer verschillend op de medicijnen. Soms worden ook combinaties van twee medicijnen gebruikt. Uiteindelijk is het doel van de behandeling om er voor te zorgen dat er minder aanvallen zullen optreden en de ernst van de aanvallen voor uw huisdier zal afnemen. Het lukt helaas niet altijd de aanvallen onder controle te krijgen.
 

Let op!  

Veel van de medicijnen die door mensen worden gebruikt bij epilepsie aanvallen, zijn uitermate ongeschikt voor dieren! Als honden deze medicijnen krijgen toegediend, worden de aanvallen onvoldoende onderdrukt en kan een gevaarlijke 'status epilepticus' ontstaan. Bij katten bestaat het gevaar van vergiftiging.

 




Terug

       
Copyright 2010 Dierenartsenpraktijk Soestdijkerstraatweg Hilversum
Privacybeleid | Gebruiksovereenkomst