Als u uw hond of kat mee wilt nemen naar het buitenland, moet u zich heel goed voorbereiden.
Voor de meeste landen die behoren tot de Europese Unie, moet u voldoen aan de volgende verplichtingen:
- Een geldige enting tegen hondsdolheid (Rabiës).
- Een chip of een goed leesbare tatoeage.
- Een officieel Europees dierenpaspoort (bij uw dierenarts verkrijgbaar).
U kunt altijd gecontroleerd worden, zowel aan de grens, als op uw vakantiebestemming. Dus vergeet het dierenpaspoort niet!
Sommige landen hebben nog aanvullende regels. Zo kunnen ze de invoer van meerdere dieren of van bepaalde rassen verbieden.
Chippen
De chip wordt ingebracht onder de huid. De chipcodes zijn internationaal, zodat u ook te achterhalen bent als uw dier in het buitenland wegloopt of vermist is. Voorwaarde is dan wel dat de databank, waarbij de chipcode word geregistreerd, is aangesloten bij Europetnet. Of dit voor uw dier geldt, kunt u nazoeken op de website:
www.europetnet.com.
Bij ons in de praktijk kunt u uw dier ook laten
chippen. Dit is een vrij dikke naald, wat onder de huid word ingebracht. Dit gebeurt tussen de schouderbladen. Dan mag u uw gegevens achterlaten, en krijgt u thuis een certificaat gestuurd, dan bent u te vinden als uw dier zoek raakt.
De voordelen van chippen:
- Een chip is diervriendelijk en gemakkelijk af te lezen.
- Het maakt uw huisdier uniek; hij of zij kan altijd geïdentificeerd worden.
- Een chip gaat een dierenleven lang mee.
- Een chip is fraudebestendig. Verwijderen is praktisch onmogelijk en de code kan niet worden veranderd.
- Ook jonge dieren kunnen gechipt worden.
Rabiës
Voordat u met uw dier de grens overgaat, moet u het dier laten inenten tegen hondsdolheid (
Rabiës). Deze ziekte komt buiten onze landgrenzen voor en uw dier kan besmet raken door een beet van een in het wild levend dier of een besmette hond. Als uw huisdier besmet is, kan het agressief worden en via een beet of krab weer andere dieren en zelfs mensen besmetten.
Overige landen
Er zijn aparte bepalingen voor Engeland/Schotland, Ierland, Zweden, Malta en Noorwegen (geen EU-land). Er is voor deze landen een bloedtest nodig, die al maanden voor de vakantie moet worden gedaan. De bloedtest geeft aan of na de enting de bescherming tegen Rabiës voldoende is opgebouwd. U moet dus wel heel tijdig beginnen met inenten. Voor Engeland en Malta raden we aan dat minimaal 8 maanden voor de vakantie te doen. Voor Noorwegen en Zweden is 6 maanden voldoende.
Zwitserland is weliswaar geen EU-land, maar houdt zich wel aan de EU-eisen.
Bloedtest
De bloedtest wordt gedaan 1 maand na de rabiës-enting, maar voor Noorwegen en Zweden pas 4 maanden na de enting. Houdt u er wel rekening mee dat het een paar weken kan duren voor de uitslag van de bloedtest bekend is. Als u de enting tegen Rabiës volgens het vaccinatieschema herhaalt, dan hoeft de bloedtest niet opnieuw gedaan te worden.
Voor het reizen naar landen buiten de EU is ook de speciale bloedtest naar rabiës-antistoffen noodzakelijk. Niet dat dat in deze landen altijd verplicht is, maar zonder deze bloedtest kunt u niet meer terugreizen naar de EU, dus niet meer terug naar huis.
Reizen met dieren jonger dan 3 maanden

Dieren jonger dan 3 maanden hoeven niet geënt te worden tegen Rabiës. Wel moet de eigenaar dan kunnen aantonen dat het dier niet in contact is geweest met dieren met Rabiës.
Ieder land hanteert hierbij zijn eigen regels. Raadpleeg hiervoor de informatie van de ambassade van de landen waar u naar toe gaat, maar ook van de landen waar u doorheen reist.
Niet alle landen laten jonge, ongeënte, dieren toe. Let op: ook Frankrijk niet!
De meestvoorkomende ziekten
Babesiose
Babesiose is een ziekte die wordt overgebracht door tekensoorten die niet goed kunnen leven in landen met een gematigd klimaat zoals Nederland, maar wel in gebieden rond de Middellandse Zee. Een enkele keer wordt de ziekte ook al gezien bij dieren in België en zelfs in Nederland. Babesia is een parasiet die door een
tekenbeet in de bloedbaan terecht kan komen. Daar vermenigvuldigd hij zich in de rode bloedlichaampjes waardoor deze kapot gaan. Hierdoor kan bloedarmoede, lusteloosheid en geelzucht ontstaan. Ook is er kans op beschadiging van lever en nieren. Katten zijn niet gevoelig voor de ziekte. Wel kunnen ze besmette teken meenemen naar Nederland.
Als uw hond besmet is, treedt de ziekte meestal plotseling op. Het dier heeft koorts en plast bruinrode urine. Als u deze eerste verschijnselen constateert, ga dan direct naar een plaatselijke dierenarts. Deze is vast en zeker bekend met de ziekte en door een vroegtijdige behandeling is de kans op herstel het grootst.
Zelf kunt u ook een aantal maatregelen nemen om de kans op Babesiose zoveel mogelijk te verkleinen; een combinatie van alle beschermende maatregelen is het beste.
- Doe de hond een goede tekenband om of behandel het dier met tekendodende spray of spot-on ampullen in de nek.
- Overleg met uw dierenarts welke middelen goed werkzaam zijn. Pas na 24 uur worden de aangehechte teken besmettelijk.
- Controleer het dier daarom dagelijks op teken en verwijder ze voorzichtig met een tekenpincet of tekentang.
- Gebruik geen alcohol, want hierdoor trekt de teek samen en zo komen er nog meer parasieten in het lichaam van de hond terecht!
Ehrlichiose
Ehrlichiose is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. Honden worden hiermee besmet door een
tekenbeet.
Het gaat hierbij gedeeltelijk om dezelfde teken die Babesia overbrengen, deze ziekte komt dus in dezelfde gebieden voor.
De ziektesymptomen kunnen acuut beginnen en bestaan uit sloomheid, slechte eetlust, koorts en bloedingen. Soms ook wordt het dier pas na maanden of jaren ziek. De verschijnselen zijn dan veel erger.
Met antibiotica is de ziekte in de acute fase goed te behandelen. De langzamere, chronische vorm heeft veel slechtere vooruitzichten. Het voorkomen van een besmetting door een goede tekenbestrijding op het huisdier is dan ook in alle gevallen beter.
Leishmania
Leishmania is een ziekte die wordt overgebracht door zogenaamde 'zandvliegjes'; vliegjes van 2-3 mm groot die, ondanks de naam, niets met zand te maken hebben. De vliegjes brengen met hun beten van hond op hond een parasiet over.
De ziekte komt voor in landen rond de Middellandse Zee (dus ook Zuid-Frankrijk). Zandvliegjes zijn pas 's avonds en 's nachts actief, niet op de stranden, zoals de naam doet vermoeden, maar vooral in de bewoonde wereld op plaatsen waar veel begroeiing is en waar veel honden zijn.
De ziekte kan zich tussen 3 en 18 maanden na de beet openbaren, maar dit kan in een enkel geval ook pas na jaren zijn.
Eerst vallen de haren uit rond de ogen en de bek en later kunnen zweren ontstaan op kop en poten, vooral daar waar regelmatig contact met de grond is. Verder veranderen de nagels van vorm. De dieren zijn mager en lusteloos, maar blijven over het algemeen eten. Om de diagnose definitief te kunnen stellen, is een bloedtest nodig of onderzoek van materiaal uit het beenmerg of een lymfeklier. De behandeling is langdurig (soms zelfs levenslang) met een speciaal geneesmiddel tegen de ziekte. De ziekte kan later, ondanks de behandeling, toch weer terugkomen.
Er zijn speciale anti-tekenbanden bij de dierenarts te verkrijgen die ook werkzaam zijn tegen zandvliegjes, bijvoorbeeld het merk Scalibor. We raden u wel aan om uw hond niet mee te nemen naar gebieden waar deze ziekte voorkomt. De zandvliegjes zijn namelijk zo klein dat ze zelfs door een hor heen gaan. En neem ook geen hond uit één van deze gebieden mee naar Nederland, hoe gezond hij ook lijkt! De meeste honden zijn besmet en hebben een natuurlijke weerstand tegen de ziekte opgebouwd, maar deze weerstand beschermt ze niet levenslang tegen deze ziekte.
Ook mensen kunnen met de ziekte besmet raken. Vooral mensen die een (nog) slecht werkend immuunsysteem hebben, zoals baby's en AIDS-patiënten. Omdat de ziekte door zandvliegjes wordt overgebracht, kun u alleen op die plaatsen besmet raken waar zandvliegjes voorkomen. Niet in Nederland dus.
Hartworm
Hartworm is een ziekte die wordt overgebracht door bloedzuigende muggen. De infectie wordt met name gevonden in warme en vochtige tropische en sub-tropische gebieden (o.a. in het Middellandse Zeegebied), maar soms ook al verder naar het noorden.
De muggen brengen de larfjes van de hartworm over tijdens het steken. Na enkele maanden gaan de larfjes naar de bloedvaten van de longen en soms ook in het hart zelf, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen van wel 20 cm lang.
Honden zijn er het meest gevoelig voor, maar de ziekte is ook bekend bij katten en fretten.
Er zijn wat symptomen waaraan u kunt denken aan hartworm:
- Vocht in de buik.
- Hoesten.
- Benauwdheid.
Met een bloedonderzoek is de diagnose goed te stellen, eventueel aangevuld met een hartfilmpje, een röntgenfoto en een echo.
Met de behandeling worden eerst de volwassen wormen gedood en daarna de larfjes. De behandeling houdt risico in. Als de wormen sterven als gevolg van de behandeling, kunnen ze bloedvaten afsluiten (trombose).
Wanneer een dier toch reist naar een gebied waar hartworm voorkomt, is het mogelijk om medicijnen te geven tegen hartworm. Deze medicijnen moeten al voor vertrek worden gegeven en u moet hiermee doorgaan tot een maand na thuiskomst.
Andere gevaren
In sommige landen komen dieren voor die door hun beet of steek erg gevaarlijk kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan slangen en schorpioenen. Een minder gevaarlijk, maar wel erg vervelend voorbeeld is de processierups. Deze rups komt niet alleen in Europa voor, maar is ook in Nederland aangetroffen. Processierupsen trekken in een lange rij voort over de grond. De haartjes op hun rug hebben een gifpunt die ze weg kunnen schieten. Snuffelende honden die door de gifpunten geraakt worden, kunnen er nare ontstekingen aan bek, neus en ogen aan overhouden.
Houd uw hond daarom in onbekende gebieden aan de lijn en informeer welke gevaarlijke dieren er voorkomen.
Let op! Heel belangrijk!
Tijdens het vervoer in de auto of tijdens het verblijf in een warm vakantieland kan de omgevingstemperatuur flink oplopen en kunnen huisdieren met hun dichte vacht hun lichaamswarmte moeilijk kwijt raken. Ze gaan dan hijgen en kwijlen. Als de lichaamstemperatuur te hoog wordt, kan dit dodelijk zijn! Neem voor de reis dus voldoende drinkwater mee.
Vervoer dieren niet in kleine, slecht geventileerde manden. Geef ze regelmatig te drinken en zorg voor een koele omgeving en schaduw. Zo hebben zij ook een plezierige vakantie.