Bij de aanschaf van een hond wilt u natuurlijk direct weten wat voor voer het beste is voor uw dier. Deze keuze is niet gemakkelijk, want er zijn erg veel voeders in de handel. Er is ook niet te zeggen of een voer goed of niet goed is, al zijn er altijd de betere (en duurdere) merken. Een geschikt voer voor uw hond is een voer wat de hond graag eet en waar hij fit en gezond op blijft.
Welke soorten hondenvoeders zijn er te koop?
- Verschillende soorten: brok, diner, blik, kuipjes en diepvriesvoeding
- Voeding voor de verschillende leeftijdsgroepen
- Voeding voor grote en kleine rassen
- Voeding voor actieve honden en huishonden
- Voeding in zeer uiteenlopende prijsklassen
- Dieetvoeding (voor de blaas, nieren, lever, gewicht etc.)
De regelgeving zorgt ervoor dat alle diervoeders moeten voldoen aan een minimale standaardsamenstelling. Op die manier is gegarandeerd dat er voldoende vitaminen, mineralen, eiwitten, koolhydraten en vetten in zitten. Op de verpakking is dat te zien: er staat dan dat de voeding 'volledig' of 'compleet' is.
- Droogvoer: Deze brokken bevat 8-10% vocht. Dit lage vochtgehalte bevordert de houdbaarheid. Bij droogvoer moet altijd meer water worden gedronken. Brokken kunnen droog of gemengd met wat water worden gegeven, ze zijn gemakkelijk te voeren en elk brokje heeft dezelfde samenstelling. Droogvoer is beter voor het gebit van uw hond; het veroorzaakt minder tandplak dan diner of blikvoeding.
- Diner: Dit bestaat naast brokken uit herkenbare grondstoffen zoals gedroogde groenten en maïs of rijst. Het moet in warm water geweekt worden voordat de hond het kan eten.
- Nat voer: Nat voer (blikjes en kuipjes) bevat ongeveer 80% vocht en dus maar 20% voeding. In deze categorie zijn er veel verschillende smaken. Na openen is het voer beperkt houdbaar en daarom moet het koel worden bewaard. Laat het eten voor het voeren wel eerst op kamertemperatuur komen.
- Diepvriesvoer: Dit bevat 65-75% vocht en moet op kamertemperatuur worden gegeven.
- Zelf samengesteld voer: Het is niet eenvoudig om een volledig voer zelf samen te stellen. Er is veel kennis voor nodig om alle voedingsstoffen die een hond nodig heeft in de juiste hoeveelheden en in goede verhoudingen aan te bieden. Het zelf samenstellen van de voeding van de hond wordt daarom afgeraden.
Voeding voor verschillende (leeftijds)groepen
Met jonge honden bedoelen we de leeftijdsgroep tussen 7 weken en volwassenheid. Wanneer een hond volwassen is, hangt af van de grootte van het ras. Kleine rassen (Jack Russel, Teckel) zijn al uitgegroeid wanneer ze ongeveer 8 maanden oud zijn. Middelgrote rassen (Cocker Spaniel, Friese Staby) groeien door tot een leeftijd van ongeveer 12 maanden. Grote rassen (Labrador, Bouvier) groeien door tot ze 18 maanden zijn en zeer grote rassen (Duitse Dog, Sint Bernard) kunnen pas bij 24 maanden zijn uitgegroeid.
Kleine en middelgrote rassen zullen tijdens de groei weinig problemen hebben. Honden met een volwassen gewicht onder de 20 kg zullen zich zowel op pupvoeding als op het voer voor volwassen honden in het algemeen prima ontwikkelen. Het belangrijkste is dat ze tijdens de groei slank gehouden worden.
Heel wat minder eenvoudig ligt het voor de rassen die zwaarder dan 20 kg zullen gaan worden. Door de snelle groei en ontwikkeling van het skelet ontstaan gemakkelijk groeistoornissen als gevolg van een niet-uitgebalanceerde voeding. Een tekort aan de voedingsstoffen calcium, fosfor en vitamine D kan in hun geval leiden tot groeiproblemen. Minder bekend is dat juist ook een teveel van deze voedingsstoffen tot groeiproblemen kan leiden! Dit komt zelfs veel vaker voor.
Let op!
Om voor deze grote rassen (volwassen gewicht > 20 kg) tijdens de groei een verantwoorde voeding te kiezen, is het goed om op de volgende zaken te letten:
- Geef uw hond een pupvoeding dat speciaal geschikt is voor grote rassen; voeg beslist geen vitamine- of mineralenmengsels toe.
- Geef geen melk of pap.
- Voer geen tafelrestjes bij.
- Voer geen verse vleesproducten als pens of hart, tenzij dit door uw dierenarts wordt voorgeschreven.
- Zorg dat de hond tijdens de groei slank is en blijft.
- Probeer uw hond 4 maaltijden per dag te geven, verdeeld over een etmaal (dus ook 's avonds nog een kleine maaltijd).
Voeding van de volwassen hond
Hoeveel een volwassen hond moet eten is erg afhankelijk van het ras (actieve of rustige hond), de hoeveelheid dagelijkse beweging of werk, de leefomgeving (boerderij of flat) en een eventuele castratie. Omdat er veel verschillende hondenvoeders in de handel zijn, met allemaal een andere samenstelling, is het erg moeilijk om precies aan te geven hoeveel gram de hond per dag moet eten. De richtlijn op de verpakking biedt wel wat houvast, maar is vaak aan de ruime kant. De hond eet dan teveel en wordt geleidelijk aan te dik. Weeg daarom niet alleen de hoeveelheid voer af, maar kom af en toe ook eens langs met de hond bij uw dierenarts om alleen maar te wegen.
De hoeveelheid voer mag wel wat variëren: op actieve dagen wat meer, op rustige dagen wat minder. Is er een periode waarin de hond minder beweging krijgt dan anders, bijvoorbeeld door ziekte van de hond of eigenaar, slecht weer, winter of andere omstandigheden, dan moet de hoeveelheid voeding ook worden aangepast. Van belang is in elk geval dat de hond altijd slank blijft.
Castratie en voeding
Zoals we al eerder hebben verteld, heeft een castratie gevolgen voor het ideale voedingspatroon van uw hond. Dit komt doordat het verwijderen van de geslachtsorganen (en dus van de geslachtshormonen) een duidelijk effect heeft op de stofwisseling van zowel de reu als de teef.
Uit onderzoek blijkt dat:
- Het energieverbruik van een dier in rust sterk daalt na castratie (20-30%). Blijkbaar is de basisstofwisseling verminderd, maar het is nog niet precies bekend waardoor dit komt.
- De lichamelijke inspanning bij het wegvallen van seksueel gemotiveerd gedrag neemt af; een gecastreerde hond beweegt dus minder.
- Het vrouwelijk geslachtshormoon van nature een geringe eetlustremmende werking heeft. Bij het wegvallen van dit hormoon neemt de trek (honger) dus toe.
In de praktijk betekent dit dat u er verstandig aan doet uw hond na de castratie 15-25% minder voer te geven en het dier ook regelmatig te wegen. Doe dit bijvoorbeeld het eerste halve jaar na de castratie eens per maand en pas zo nodig de hoeveelheid aangeboden voer aan.
Voeding voor senioren
Een hond beschouwen we als senior als hij een bepaalde leeftijd heeft bereikt. Bij kleine rassen is dit vanaf 7 jaar, bij grote rassen al vanaf 5 jaar. Er zijn een aantal redenen om de voeding van senioren aan te passen.
De belangrijkste 2 redenen zijn overgewicht en de toegenomen kans op ziekten.
Veel senioren bewegen minder. Op oudere leeftijd neemt de kans op gewrichtsklachten, zoals artrose, toe. Hierdoor zal een oudere hond minder (willen) lopen. Minder bewegen leidt sneller tot overgewicht. Seniorenvoeding bevat daarom minder energie zodat dit overgewicht kan worden voorkomen. Deze voeding bevat extra voedingsstoffen voor het gewrichtskraakbeen, zodat de gewrichten langer soepel blijven.
Naarmate de hond ouder wordt, neemt de kans op ziekten van onder andere nieren en hart toe. De grotere kans op ziekten wordt veroorzaakt door veroudering van de verschillende organen en een minder goede weerstand. Het verouderingsproces levert veel schadelijke afvalstoffen op. In het seniorenvoer worden daarom extra beschermende stoffen toegevoegd die het afweersysteem helpen het lichaam gezond te houden. Seniorenvoer bevat ook minder zouten zoals Natrium en Fosfor om hart en nieren te ontlasten.
Dieetvoeding
Dieetvoeders zijn speciaal bedoeld voor zieke honden. Ze kunnen helpen bij de genezing van onder andere darm- en blaasaandoeningen en ze kunnen ook zorgen dat de patiënt beter in balans komt en zich beter voelt, zoals bij hart- en nieraandoeningen. Naar de samenstelling en werking van dieetvoeders is veel onderzoek gedaan. De voeders bevatten speciale en hoogwaardige ingrediënten en zijn constant van samenstelling. Dieetvoeders moeten aan strengere regels voldoen dan de voedingen die u in de winkel kunt kopen. Dat maakt ook dat ze over het algemeen iets duurder zijn. Ze zijn ook uitsluitend bij de dierenarts verkrijgbaar.
Voor meer informatie hierover kunt u het beste even contact opnemen met de dierenarts.
Hoe vaak op een dag moet ik mijn hond voeren?
Wanneer er een verhoogde behoefte is aan energie (bijvoorbeeld tijdens de dracht of bij sport) zijn twee maaltijden per dag vaak onvoldoende. Het is in die gevallen raadzaam om de dagelijkse portie over minimaal 3 maaltijden te verdelen. Dit geldt ook voor puppy's tot een leeftijd van 6 maanden. Geef kleine en middelgrote, volwassen honden liefst 1 tot 2 keer per dag te eten. Grote honden moeten minstens 2 keer per dag gevoerd worden om de kans op een maagdraaiing te verkleinen. Geef grote honden na het eten minimaal 2 uur rust.
Voedingsintolerantie
Onder voedingsintolerantie wordt verstaan dat de hond de voeding niet goed verdraagt. Dit ligt niet perse aan de kwaliteit van de voeding; het voer en de hond passen gewoon niet bij elkaar. Een intolerantie wordt pas duidelijk als de hond het voer al langere tijd eet. Een aantal aanwijzingen voor een intolerantie kunnen zijn:
- Wisselende ontlasting, af en toe diarree.
- Winderigheid.
- Slechte eetlust.
- Doffe vacht.
Drinken
Gewoon kraanwater is prima om de dorst mee te lessen. Het moet in elk geval altijd bereikbaar zijn. De hoeveelheid die gedronken wordt is erg afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid activiteit en de voeding. Honden die hijgen, verdampen veel water via hun tong en drinken soms meer. Verder zit in droogvoer veel minder vocht dan in natvoer en honden die brokken eten drinken daarom meer dan honden die blikvoer, diepvries of diner eten.
Belangrijk om te weten
- Geen vitamine- en mineralenmengsels toevoegen aan een volledige voeding. Dit is beslist niet nodig en kan zelfs schadelijk zijn.
- Vlees, vooral van het varken, niet rauw geven. Het moet altijd eerst gekookt worden! Het kookvocht kan als smaakmaker gebruikt worden, maar bevat ook waardevolle voedingsstoffen.
- Onvoldoende ontdooid voer of voer dat direct uit de koelkast komt niet aan de hond geven. Dit kan maagdarmklachten geven.
- Geen botjes van kip (en ander gevogelte) of karbonade botjes voeren. Deze kunnen splinteren en ernstige verwondingen in het maagdarmkanaal geven. Een schenkel of mergpijp, maar ook speciale buffelhuidkluiven zijn juist goed voor het gebit.
- Niet te veel tafelrestjes voeren. Tafelrestjes zijn een smaakmaker of lekkernij, naast volledig voer. Ze mogen niet meer dan een derde van het totale voedingspakket uitmaken.
- Geen gasvormende voedingsmiddelen zoals uien, kool, bruine bonen, krenten, rozijnen en sterk gekruide tafelrestjes geven.
- Niet plotseling overschakelen op een ander voer. Dit kan buikpijn en diarree veroorzaken. Meng daarom gedurende ongeveer 4 dagen het oude en het nieuwe voer door elkaar.
Pas op!!!
U mag uw hond nooit chocolade laten eten!! Cacao bevat een stof die erg giftig is voor de hond. Bij een te grote hoeveelheid chocolade, is er een grote kans dat de hond dat niet overleeft. Wanneer uw hond bijvoorbeeld wel een pak chocolade hagelslag te pakken heeft gekregen of iets anders met chocola dan moet u direct de dierenarts waarschuwen! Wij zullen uw hond dan laten braken om zo het risico op vergiftiging weg te nemen.