Openingstijden
Minimaliseren

Maandag t/m vrijdag
08:30 - 18:00 uur

Telefonisch is de praktijk van maandag tot vrijdag bereikbaar van 8.30-18.00

DAP Soestdijkerstraatweg
Soestdijkerstraatweg 13
1213 VP Hilversum
T: 035-6217620
F: 035-6400182

Telefonisch bereikbaar van 8:30 - 17:00 uur

     
Katten
Minimaliseren

Katten en niesziekte

Wij hanteren het volgende vaccinatieschema voor de kat

9 weken          Kattenziekte / niesziekte
12 weken        Kattenziekte / niesziekte
 
Een volwassen kat heeft daarna elk jaar een vaccinatie tegen niesziekte nodig. Bescherming tegen kattenziekte houdt na vaccinatie 3 jaar aan, en hoeft dus ook maar eens in de 3 jaar gegeven te worden.

We zullen nu even uitleggen wat de ziektes precies inhouden

Niesziekte (Rhinotracheïtis)

Rhinotracheïtis is een latijns woord wat vertaald kan worden als een neus/luchtpijpontsteking.
Bij niesziekte zijn er een aantal dingen die een rol spelen. Dit zijn:

  • FVR-virus (Herpesvirus).
  • Calici-virussen (FC-virus).
  • De bacterie Chlamydia.

Het ziektebeeld

Niesziekte treedt vooral op, wanneer veel katten op een bepaalde plaats worden samengebracht (asiel, tentoonstelling, pension, etc). Onder zeer jonge en zeer oude katten kan het sterftepercentage hoog liggen. De ziekte wordt bij katten van alle leeftijden waargenomen. De incubatietijd (de tijd van de besmetting totdat u de  ziekteverschijnselen ziet) varieert van één dag tot ruim een week.

De symptomen

  • Koorts.
  • Sloom.
  • Niezen.
  • Kuchen.
  • Ontsteking van de oogslijmvliezen (met waterige tot etterige uitvloeiing uit oog en neus).
  • Braakneigingen kunnen ontstaan.
  • Soms kunnen blaasjes en zweertjes in de mond (vooral de tong en keelholte) ontstaan. Als dit het geval is, eten de dieren niet en drinken ze ook niet (kans op snelle uitdroging).
  • Longontsteking kan ontstaan na een secundaire infectie met bacteriën.

Bestrijding en behandeling

Voor vaccinatie worden meestal combinatie vaccins tegen FVR en FC-virusinfecties (en soms chlamydia, een bacterie!) gebruikt.
De entstoffen worden of in de spier of onder de huid geinjecteerd. Een redelijke bescherming treedt op 2 a 3 weken na de enting. Voor vakantiepensions geldt dus dat de katten enkele weken voor het in pension gaan moeten worden geënt.

Behandeling van zieke dieren 

  • Antibiotica tegen secundaire infectie met bacteriën.
  • Uitdrogen tegengaan (infuus geven).
  • Ondersteuning (Vitamine A & B).
  • Intensieve verpleging (dwangvoeding/warm houden).

Kattenziekte (Feline Panleucopenie)(Eng. Distemper)

De kattenziekte is een zeer besmettelijke virusziekte die bij katten over de hele wereld voorkomt.
Naast katten zijn waarschijnlijk alle leden van de familie der Felidae (katachtigen) gevoelig voor besmetting met het virus. Infecties zijn beschreven bij panters, leeuwen, tijgers en luipaarden. Het virus is erg stabiel en zeer resistent tegen verhitting en desinfectie. Zo kan de omgeving van een met kattenziektevirus besmette kat tot na een jaar een besmettingsbron voor andere katten vormen.

Het ziektebeeld

Op plaatsen waar kattenziekte regelmatig voorkomt, worden vooral dieren, en meestal de oudere dieren, aangetast. De incubatietijd bedraagt gemiddeld 2 tot 6 dagen. Het virus vermeerdert zich meestal in de keelholte en komt daarna door het bloed in de verschillende organen terecht. Komt het virus bij een drachtig dier in de baarmoeder, dan is er een grote kans dat er voortplantingsstoornissen voorkomen en aangeboren afwijkingen ontstaan. Zelfs een abortus is dan mogelijk.
Bekend is een afwijking van de kleine hersenen, waarbij bij jonge kittens evenwichtsstoornissen optreden. Bij oudere dieren worden vooral het darmslijmvlies en de bloedvormende organen aangetast.

Symptomen

  • Duidelijk algeheel ziek zijn.
  • Sloom.
  • Lusteloos.
  • Niet willen eten.
  • Niet of weinig willen drinken.
  • Meestal braken.
  • Binnen enkele dagen kan diarree optreden, vaak bloederig. Hierdoor is kans op uitdroging groot.

Het sterftepercentage varieert van 25 - 75%. Voor oudere dieren zijn de vooruitzichten op genezing beter dan bij jongere dieren. Intensieve verpleging vergroot de overlevingskans van het aangetaste dier.

Bestrijding en behandeling

Speeksel, urine en uitwerpselen van besmette dieren kunnen het virus bevatten. Maar toch kunnen herstelde dieren het virus nog lang blijven uitscheiden. Het voorkomen daarvan is dus best lastig. Jonge kittens zijn de eerste 6 tot 12 weken vaak wel beschermd door aanwezigheid van immuniteit van de moeder. Maar het is zeer raadzaam om een kitten te enten op 9 en 12 weken, om zo verspreiding tegen te gaan.

Behandeling van zieke dieren

  • Uitdroging bestrijden (infuus geven) en laten vasten.
  • Antibiotica tegen secundaire infectie met bacteriën (antibiotica werken niet tegen virussen).

Behandeling van een ruimte is ook zeer aan te raden. Zorg dat u de ruimte goed desinfecteerd. Sluit de ruimte daarna goed af. Ga na 12 uur de ruimte goed ventileren en schoonmaken.




Terug

       
Copyright 2010 Dierenartsenpraktijk Soestdijkerstraatweg Hilversum
Privacybeleid | Gebruiksovereenkomst