Het konijn is een zoogdier en behoort tot de orde der haasachtigen. De grootte van het konijn zit tussen die van de echte hazen en de fluithazen in. De achterpoten van het konijn zijn veel korter dan die van de haas, maar langer dan die van de fluithaas. De buik is vaak veel lichter van kleur dan de rug, vaak wit van kleur. Ook de onderzijde van de staart en de poten is wit.
Veel mensen weten niet dat een konijn zijn eigen ochtendontlasting opeet. Hier zitten bepaalde vitaminen in. Soms kan het zijn dat een konijn plakpoep aan zijn kont heeft zitten. Dit kan komen doordat een konijn dan te dik is. Dan kan hij/zij niet meer aan de achterkant komen waardoor alles aan elkaar gaat plakken.
Een vrouwelijk konijn word ook wel een 'voedster' of een 'moer' genoemd. Vaak is het lichaam van de voedster langer en de kop minder grof dan bij een 'rammelaar'. Bij jonge konijnen is dit onderscheid moeilijker. De voedster is meestal rustiger dan een ram, behalve als ze drachtig is; dan kan zelfs het meest lieve konijn behoorlijk uitvallen en fel bijten. Ze zijn vaak wel koppiger en kunnen, als ze net jongen hebben (ook wel 'lamprei' genoemd) gekregen, behoorlijk agressief zijn. Als je haar dan wilt oppakken of aaien kan je haar beter eerst aan je laten ruiken.
Een mannelijk konijn word een 'rammelaar' of 'ram' genoemd. Deze zijn temperamentvoller dan de voedsters. Ze zijn meestal dikker en zwaarder en hebben ook een bredere kop.
Er bestaan heel veel verschillende soorten rassen. Ook qua grootte, kleur, vachtlengte en de stand van de oren zijn veel verschillen. Een Vlaamse reus kan bijvoorbeeld wel 8 kilo wegen, terwijl een dwergkonijntje misschien 1 kilo weegt. Het gewone konijn weegt ongeveer 1.5 tot 2 kilogram. Een konijn bezit geen hoektanden. In de bovenkaak zitten wel 2 stifttanden, 2 grote snijtanden, 6 voorkiezen en 6 kiezen. In de onderkaak heeft het konijn 2 grote snijtanden, 4 voorkiezen en 6 kiezen